Huishoudelijk Reglement Bridge

Huishoudelijk Reglement

1. Algemeen

1.1 Huishoudelijk Reglement VZW

Het Huishoudelijk Reglement van de VZW Koninklijke Academie Union-Sandeman heeft voorrang op dit Huishoudelijk Reglement. Geschillen zullen beslist worden door de Raad van Bestuur van de VZW K.A. Union-Sandeman.

1.2 Huisdieren

Het is niet toegelaten om huisdieren mee te brengen naar onze clublokalen.

2. Tijdens het bridgetoernooi

2.1 Op tijd aanwezig zijn

Om een vlotte organisatie van het toernooi mogelijk te maken, vragen wij aan alle deelnemende bridgers om ten laatste 5 minuten voor aanvang van het toernooi aanwezig te zijn. Indien u dit niet haalt, volstaat een telefoontje naar de club met de melding dat u onderweg bent. Zodoende kan de toernooileider dit probleemloos inplannen.

2.2 Drankbestellingen

Om een vlotte en goede bediening aan tafel mogelijk te maken, werkt Union-Sandeman met drankbriefjes waarop je uw bestelling kan doorgeven. Deze briefjes zijn terug te

vinden op elke bridgetafel en aan de bar. Vul hierop uw bestelnummer, naam, tafel-nummer, bestelling en handtekening in en geef dit af aan de bar. De bestelling zal dan aan de aangegeven tafel gebracht worden.

2.3 Gedrag

Aan de bridgetafel is een hoffelijke houding verplicht. Dat betekent dat een speler in overtreding is als zijn houding een vervelend gevoel oproept bij zijn tafelgenoten. Dat klinkt vrij logisch en eenvoudig. Toch wordt deze spelregel, artikel 74A van het internationaal reglement, het meest overtreden van alle spelregels. Kennelijk ontstaan er regelmatig situaties waarin de normen van hoffelijkheid gemakkelijk worden vergeten, en dit zowel naar de tegenpartij (b.v. lessen geven aan de tegenpartij) als naar eigen partner (b.v. commentaar geven over een foutieve beslissing).

2.4 Sancties

Bij wangedrag geeft de toernooileider één waarschuwing. Bij een tweede interpellatie volgt automatisch een sanctie. De sanctie is 20% straf op je top. Automatisch wordt ook een verslag aan het bestuur overgemaakt. Wat verstaan wij onder wangedrag: o.a. luidruchtig gedrag aan tafel – ruziën met partner, toernooileider of tegenstander – en traag spelen.

2.5 Verwijderen van het toernooi

Bij zware inbreuken zoals dronkenschap, gewelddadig gedrag of onaanvaardbaar gedrag, kan de toernooileider iemand verwijderen uit het toernooi. In dat geval ontvangen de VZW K.A. Union-Sandeman en de Vlaamse Bridge Liga elk een verslag van het incident, zodat zij elk gepaste sancties kunnen opleggen.

2.6 Toernooi verlaten

Daarentegen zelf vroegtijdig het toernooi verlaten vanwege een fel opgelopen discussie is onaanvaardbaar. De enige juiste houding is het roepen van de toernooileider die dan zal ingrijpen. Indien je om welke reden dan ook het toernooi moet verlaten (b.v. ziekte, overlijden familie), dient de toernooileider aan tafel geroepen te worden.

2.7 Stilte

Bridge is een denksport. Voor de meeste bridgespelers verloopt het denken optimaal indien er geen afleidingen zijn, m.a.w. wanneer er een algemene stilte is tijdens het spelen. Ons lokaal is erg gevoelig voor lawaai. We vragen dan ook dat als je gedaan hebt met spelen en toch niet stil wilt blijven, je je buiten de speelza(a)l(en) begeeft (zie ook 2.9).

2.8 Bordje

Het bordje dat gespeeld wordt, moet steeds op de tafel blijven liggen, zichtbaar voor alle spelers of toernooileider en mag niet gedraaid worden. Het toezicht hierop valt onder de verantwoordelijkheid van de Noord-speler in een individueel toernooi en aan het Noord-Zuid paar in andere toernooien.

2.9 Wisselen van ronde als toernooileider vraagt om te wisselen

In het verlengde van vorig punt, vragen wij dat alle bridgers die vroegtijdig hun ronde beëindigen, rustig aan de tafel blijven zitten totdat de toernooileider het signaal geeft om te wisselen. Indien u de tafel toch vroegtijdig wenst te verlaten, dient dit in alle ruste en kalmte te gebeuren zodat de concentratie van de nog spelende bridgers hierdoor niet gestoord wordt.

2.10 Wisselen bordjes volgende ronde

Het OW-paar is verantwoordelijk om de gespeelde bordjes naar de volgende speeltafel te brengen wanneer dit zo gevraagd wordt door de toernooileider of op te halen / terug te brengen naar de wisseltafel indien met een wisseltafel wordt gewerkt. In een individuele wedstrijd ligt de verantwoordelijkheid hiervoor bij Oost.

2.11 Biedsystemen en conventies

Op dinsdagavond: categorie G

- alle systemen zijn toegelaten,

- alle conventies zijn toegelaten,

- de regel van 18 is niet van toepassing in derde hand.

Op vrijdagavond: categorie A

- enkel groene systemen (Acol, Majeurs van 5) zijn toegelaten;

- enkel elementaire conventies zijn toegelaten (zie reglement Vlaamse Bridge Liga).

Op alle andere toernooien: categorie D

- alle systemen, behalve de gele (hoogst ongebruikelijk) zijn toegelaten;

- alle conventies behalve de bruine zijn toegelaten;

- de regel van 18 is van toepassing in derde hand.

2.12 Het aan tafel roepen van de toernooileider

Op het roepen van een arbiter ligt nog vaak een taboesfeer. Nochtans, wij kunnen dit als

bridgeclub alleen maar aanmoedigen. Bij de minste twijfel of afwijking bij het bied- of

speelverloop is het uitermate correct om het advies van een arbiter in te winnen. Dit zorgt

ervoor dat iedereen correct geïnformeerd wordt van de mogelijkheden zodat er achteraf

geen wrijvingen of een onprettig gevoel bij één van de twee partijen blijft hangen. Nogmaals, dit mag nooit gezien worden als een ‘aanval’ maar steeds als een correct informeren over de juiste gang van zaken.

2.13 Kibitzer

Als kibitzer vraag je steeds aan de persoon achter wie je wil plaatsnemen of zij hiertegen

bezwaar hebben. Indien ja, is kibitzen achter deze persoon niet mogelijk.

Als kibitzer moet je je onthouden van elke vorm van commentaar, gebarentaal of mimiek. Je respecteert volledig het bied- en speelverloop en bent enkel toeschouwer. Je moet steeds neerzitten en je mag enkel één hand inzien.

2.14 Eten aan de bridgetafel

Wij vragen iedere bridgespeler om tijdens het bridgespelen geen voedsel te eten dat de tafel of de speelkaarten vuil kan maken. Dit om enerzijds de bridgetafels en de speelkaarten proper te houden en anderzijds ook uit respect voor het spel en uw tegenstanders.

3. Na het bridgetoernooi

3.1. Materiaal opbergen

Veel handen maken het werk licht. Daarom vragen wij aan elke speler om op het einde van het toernooi zijn biedingbox te sluiten. Tevens vragen wij om de biedingboxen en de giften in volgorde naar de wisseltafel te brengen en de stoelen mooi aan tafel terug te zetten.

3.2 Stilte bij het afroepen van de uitslag

Ook hier vormt respect de basis voor deze afspraak. Respect voor het werk van de

toernooileider en respect voor de uitslag van uw medebridgers. Door een algehele stilte te

respecteren tijdens het afroepen van de uitslag, verloopt dit snel, ordelijk en hoorbaar voor

iedereen.

3.3. Afrekenen verbruik

Het werken met de bestelbriefjes tijdens onze bridgetoernooien is in goed vertrouwen. Wij

rekenen erop dat al onze gastspelers dit vertrouwen niet beschamen en hun rekening na

ieder toernooi correct betalen.

Frequente Fouten

BASIS REGLEMENT met uitleg

SAMENVATTING spelregels

GEHEUGENSTEUN voor veel voorkomende fouten.


CLAIMEN
Zowel leider als tegenspelers mogen slagen opeisen of afstaan door hun kaarten te tonen en hun speelplan toe te lichten.
Als de claimer niet meldt dat hij eerst nog dat een troef zal trekken (en dat mogelijk vergeten is), zal de wedstrijdleider nog een slag aan de tegenpartij toekennen als die slag bij normaal spelen door troeven zou zijn gemaakt.
De leider mag zonder toelichting ook niet snijden tenzij de snit gemarkeerd is, omdat een speler eerder in die kleur niet heeft bekend of omdat de leider kennelijk van plan was een eerder genomen snit te herhalen.

VERZAKEN

Als de overtredende partij nog geen kaart gespeeld heeft in de volgende slag is de verzaking niet voldongen.
Indien hij de leider is mag hij de ten onrechte gespeelde kaart terugnemen en vervangen door een kaart van de juiste kleur.
Ook een tegenspeler mag een ten onrechte gespeelde kaart vervangen, in zijn geval evenwel wordt deze kaart een (grote) strafkaart.

Als de overtredende partij  wel een kaart gespeeld  heeft in de volgende slag is de verzaking voldongen.
De overtredende partij krijgt één strafslag voor het verzaken als de overtreder die slag gemaakt heeft en een tweede strafslag indien zijn partij nog een slag gemaakt heeft na de verzaking.

Als hij die slag waarin verzaakt is niet gemaakt heeft krijgt hij één strafslag voor het verzaken als zijn partij nadien nog een slag gemaakt heeft. 


UIT DE VERKEERDE HAND SPELEN

De leider speelt bij uit zijn hand of uit dummy, terwijl een tegenspeler aan slag is:  er is geen straf, de leider mag de kaart opnemen en toevoegen aan de juiste hand.

De leider speelt voor uit de verkeerde hand: beide tegenspelers hebben, ieder voor zich, het recht het voorspelen te accepteren, hetzij door bij te spelen (op de beurt !), hetzij door het te zeggen.
Indien van dat recht geen gebruik wordt gemaakt mag de leider de kaart zonder verdere straf terug nemen en toevoegen aan de juiste hand.

UITKOMST: De verkeerde tegenspeler komt uit.

Als de leider de uitkomst niet aanvaardt wordt de getoonde kaart een grote strafkaart:

– ofwel verplicht de leider dat er uitgekomen wordt in de kleur van de strafkaart en dan wordt die strafkaart weggenomen.

– ofwel verbiedt de leider een uitkomst in die kleur zolang degene die uitkomt aan slag blijft en dan wordt die strafkaart weggenomen.

– ofwel mag degene die moet uitkomen zelf de uitkomst kiezen en dan blijft die kaart liggen als een grote strafkaart (zie strafkaarten).

NB. De leider kan geen strafkaart hebben.

De leider kan ook de verkeerde uitkomst aanvaarden en dan kan hij dummy zijn ofwel blijft hij leider. Dan blijft de kaart liggen en wordt de 2e kaart ofwel uit de hand van de leider gespeeld ofwel uit de dummy.


EEN ONVOLDOENDE BOD

Een onvoldoende bod kan worden geaccepteerd door de opvolgende speler; het wordt automatisch geaccepteerd indien deze biedt. Zo niet dan volgt correctie:
De overtreder doet het laagste voldoende bod in dezelfde kleur er is geen straf.
De overtreder past of doet een bod in een nieuwe kleur; de overtreder mag later nog bieden, maar partner moet verder passen ( er kunnen voorspeelstraffen van toepassing zijn ).
De overtreder mag zijn bod niet vervangen door een doublet of redoublet

VOOR DE BEURT EEN BOD DOEN 
Er is geen rechtzetting als de LT verkiest te bieden en de bieding gaat door.

Als de LT niet biedt wordt de bieding geannuleerd en:

-als zijn RT aan de beurt was mag die RT bieden en:

1.als die RT past moet de overtreder zijn reglementair bieding herthalen

2.als die RT een reglementair bod doet of doubleert dan mag de overtreder elke reglementaire bieding doen en: -als hij de speelsoort van zijn bod herhaalt moet zijn partner de eerstvolgende keer passen

      -als hij de speelsoort van zijn bod niet herhaalt dan moet zijn partner verder passen en er zijn

       voorspeelbeperkingen

-als zijn partner of zijn LT aan de beurt was en de overtreder heeft voordien nog niet geboden dan moet zijn partner verder passen en zijn er voorspeelbeperkingen.


VOOR DE BEURT PASSEN (een pas is geen bod maar wel een bieding)
Bij een pas voor de beurt  is er geen straf als de opvolgende speler biedt (het bieden gaat gewoon door).
Zo niet:
Als er nog niet geboden is wordt de pas geannuleerd en de overtreder moet bij zijn eerste biedbeurt passen.
De rechter tegenstander aan de beurt is en partner heeft al een bod gedaan moet de overtreder bij zijn eerste biedbeurt passen.
Als partner is aan de beurt is en één der tegenspelers heeft al een bod gedaan dan moet de overtreder verder passen ( partner mag niet doubleren of redoubleren ).

STRAFKAARTEN 

Grote strafkaart:

Laat je per ongeluk slechts één honneur (10 of hoger) zien of toon je bewust een kaart (klein of groot) dan is dat altijd een grote strafkaart die op tafel blijft liggen.

Een grote strafkaart moet worden bijgespeeld zodra dat reglementair mogelijk is: als die kleur wordt voorgespeeld of als de bezitter van de strafkaart in een andere gespeelde kleur niet kan bekennen of als de bezitter aan slag is gekomen. Verder kan als de partner van de grote strafkaart aan slag is de leider gebieden of verbieden de kleur van de strafkaart te spelen. Als dit gebeurt, dan mag de strafkaart weer teruggenomen worden in de hand.

De leider kan geen strafkaart hebben. Mochten er meerdere kaarten voor iedereen zichtbaar zijn dan eijn het allemaal grote strafkaarten en gelden andere regels.

Kleine strafkaart:

Laat je per ongeluk een kleine kaart (lager dan 10) zien dan is dat een kleine strafkaart die op tafel blijft liggen. De overtreder mag geen andere kaart kleiner dan een honneur (<10) spelen voor dat hij die strafkaart heeft gespeeld, hij mag dus wel een honneur spelen.

 

Toelichting Bridgereglement

SPELREGELS VOOR HET BRIDGESPEL

Omdat er toch een tamelijk gebrek is aan informatie over de spelregels zullen we hierna op een zo eenvoudig mogelijke manier, zonder in te gaan op alle speciale nuances en complexere problemen, een samenvatting geven van de spelregels.

Dit is géén handleiding voor het arbitreren maar slechts een verduidelijking van de basisregels van het spelreglement. Het is niet de bedoeling dat in onderstaande tekst het volledige reglement wordt weergegeven. Alleen maar een basis ter verduidelijking.

Weet wel dat er één rode draad is doorheen de ganse reglementering: steeds moet in de eerste plaats de wedstrijdleider of de arbiter geroepen worden en hij is de enige die een fout kan beoordelen en een rechtzetting opleggen. Dus als er in de navolgende tekst (in grote lijnen) uitgelegd wordt hoe een onregelmatigheid wordt behandeld, mag men dat meestal niet doen zonder tussenkomst van de wedstrijdleider! Uiteraard is het niet ongebruikelijk voor een gewoon clubtoernooi, als het een eenvoudige overtreding betreft, zelf een rechtzetting te doen zonder een wedstrijdleider. Daarom geven we ook deze uitleg opdat er zeker geen totaal verkeerde beslissingen genomen zouden worden.

Gang van zaken:

– Elke speler telt zijn aantal kaarten met de beeldzijde naar beneden. Indien dit niet gebeurd is en het aantal kaarten blijkt achteraf onjuist te zijn is er een overtreding begaan en kan de wedstrijdleider een arbitrale score toekennen.

– Tijdens het bieden mag elke speler de aandacht vestigen op een onregelmatigheid. De wedstrijdleider dient vervolgens onmiddellijk ontboden te worden(art 9).

De spelers mogen een onregelmatigheid niet rechtzetten zonder de wedstrijdleider, anders kan het recht op rechtzetting eventueel verloren gaan. Als de spelers na de onregelmatigheid een actie ondernemen zonder de wedstrijdleider, zoals bv. verder bieden of verder spelen, kan dat recht eveneens verloren gaan.

– Tijdens het bieden en vóór de afsluitende pas mag een speler uitleg vragen wanneer het zijn beurt is om te bieden, hij mag ook uitleg vragen over relevante alternatieve biedingen die niet werden gedaan en over de gevolgtrekkingen, in zover ze behoren tot de afspraken en het systeem van de bevraagde partners. De partner van degene die uitleg vraag mag géén bijkomende vragen stellen als het niet zijn beurt is. Als degene die uitleg geeft beseft dat hij een verkeerde uitleg gaf moet hij de wedstrijdleider roepen.

Een speler wiens partner verkeerde uitleg gaf moet dit melden in aanwezigheid van de wedstrijdleider maar alleen:

-       als hij tegenspeler is: bij het einde van het spel

-       als hij leider of blinde is bij het einde van de bieding

- Art 21: Een speler mag – na akkoord van de wedstrijdleider – zijn bieding wijzigen als die bieding beïnvloed is door onjuiste informatie of uitleg van de tegenstander (zo bv. is het niet alertere ook foutieve informatie), maar alleen in zover zijn partner nog niet geboden heeft.

Zijn linker tegenstander mag op zijn beurt zijn bieding wijzigen, tenzij zijn ingetrokken bieding informatie, die de tegenstanders benadeelt, overbracht naar zijn partner. Dit wijzigen van bieding is niet toegelaten wanneer de bieding het gevolg is van het niet begrijpen van, of het niet geluisterd hebben naar, de gegeven informatie.

– Na het einde van het bieden komt degene links van de leider uit met de beeldzijde naar beneden.

Deze kaart mag alleen op aanwijzing van de wedstrijdleider worden teruggenomen.

– Art20: Vóór deze uitkomstkaart wordt omgedraaid mag men een herhaling vragen van de bieding en uitleg vragen over de betekenis ervan (de blinde mag dat niet want hij speelt niet mee !). Men is evenwel verplicht van het volledige biedverloop te herhalen (anders kan men aanwijzingen geven aan zijn partner !).

Bij hun eerste speelbeurt mogen de spelers nog een herhaling vragen van het bieden en gedurende het ganse spel mogen ze uitleg vragen over een bieding maar alleen wanneer het hun beurt is om te spelen.

Nadat het te laat is om de bieding te laten herhalen mogen ze als het hun beurt is nog vragen wat het contract is en of er gedoubleerd is, maar ze mogen niet vragen wie er gedoubleerd heeft.

– Tijdens het spelen mag de leider of een van de tegenspelers de aandacht vestigen op een onregelmatigheid. De blinde mag dit niet, hij mag dat alleen na afloop van het spel.

– De leider mag eisen dat een in de verkeerde richting gelegde kaart (verticaal<>horizontaal) goed gelegd wordt. De ander spelers mogen dat slechts doen tot vóór de uitkomst van de volgende slag.

– Art24: Getoonde kaart tijdens het bieden.

Als vóór het einde van het bieden een kaart gezien kan worden, moet die kaart open op tafel blijven liggen. De partner van wie de kaart getoond is mag geen gebruik maken van de hierdoor verkregen informatie. Deze kaart wordt weggenomen na het einde van de bieding als het een kaart van de leider of de dummy is maar blijft liggen en wordt een strafkaart als het een kaart van de tegenspelers is. (Voor strafkaart: zie later).

Als het een onopzettelijke kleine kaart is ttz. lager dan 10, is er geen rechtzetting en gaat de bieding verder. Als het een honneur is (10 en hoger) of een opzettelijke kleine kaart moet de partner van de overtreder passen bij zijn eerstvolgende biedbeurt!

–Art25: Wijziging van de bieding.

Een onbedoelde bieding, zoals een misgreep in de bidding-box, mag straffeloos worden gewijzigd zolang de partner nog geen bieding heeft gedaan. Als de wedstrijdleider een vervanging toestaat mag de linkertegenstander zijn bieding wijzigen. De informatie uit de ingetrokken bieding is geoorloofd voor de niet-overtredende partij maar niet geoorloofd voor de partij wiens onbedoelde bieding werd gewijzigd.

Als een speler toch een bieding heeft gewijzigd terwijl het niet was toegestaan mag de linker tegenstander deze tweede bieding accepteren. Het bieden gaat dan gewoon verder. 

Als de gewijzigde bieding niet wordt geaccepteerd geldt de oorspronkelijke bieding en het bieden gaat gewoon verder.  Na zulk gewijzigde bieding is er een uitkomst beperking. Als de tweede bieding een andere kleur is mag de leider aan de partner van de degene die gewijzigd heeft, de eerste keer dat die moet uitkomen,  ofwel hem gebieden die eerste kleur uit te komen of het hem verbieden zolang hij aan slag blijft.

Als de gewijzigde bieding geen bepaalde kleur was mag de leider een kleur kiezen die niet mag voorgespeeld worden.

– Art27: Onvoldoende bod.

Elk onvoldoende bod mag door de linker tegenstander geaccepteerd worden (mondeling of door zelf verder te bieden).

Elk onvoldoende bod dat niet geaccepteerd is moet verbeterd worden door:  

– ofwel het laagste voldoende bod in dezelfde speelsoort en dan gaat de bieding gewoon verder

– ofwel  door een bod dat dezelfde betekenis heeft en dan gaat de bieding ook verder (ook Dbl)

Als het bod wordt vervangen door een ander bod of door een pas (doublets met een andere betekenis zijn niet toegelaten), moet de partner van de overtreder verder passen en kan er een voorspeel of uitkomst beperking zijn.

Als het bod conventioneel was en niet geaccepteerd, moet de overtreder een nieuw bod doen of passen en moet zijn partner verder passen en is er een voorspeelbeperking, tenzij het nieuwe bod niet conventioneel is en in dezelfde speelsoort als het onvoldoende bod, dan gaat alles gewoon door. 

-Art28-34: Bieden voor de beurt.

De regelgeving voor het bieden voor de beurt is tamelijk complex en vraagt wel wat aandacht. De verschillende artikelen zijn een beetje met elkaar verweven.

Bemerking: een pas is een bieding maar is geen bod (1♣ is bv. wel een bod) !

Wanneer is een bieding voor de beurt géén bieding voor de beurt ? (art 28)

-        Als de RT toch verplicht was van te passen

-        Als de juiste speler biedt voor er een rechtzetting geweest is, maakt dat de bieding voor de beurt ongedaan en de bieding gaat gewoon door maar de informatie die de partner van degene die voor zijn beurt heeft geboden hierdoor verkrijgt mag niet gebruikt worden.

Gang van zaken na een bieding voor de beurt: (art 29)

A.        het recht van rechtzetting gaat verloren als de LT verkiest te bieden.

B.           als de LT niet biedt wordt de bieding geannuleerd. Degene wiens beurt het was om te bieden mag dan bieden. De overtreder mag nog bieden maar kan onderworpen zijn aan de artikels 30,31 of 32 (zie verder)

C.        als de bieding voor de beurt conventioneel is zijn de art 30,31 en 32 van toepassing op de aangeduide speelsoort en niet op de getoonde speelsoort.

Voor de beurt passen (art 30):

Als een pas voor de beurt geannuleerd wordt (LT heeft niet verder geboden) dan zijn er 2 mogelijkheden:

A. als geen van de andere spelers al geboden heeft moet de overtreder bij zijn eerstvolgende beurt passen (arbitrale score is eventueel mogelijk)

B. als een van de andere spelers al een bod heeft gedaan dan :

1.  als zijn RT aan de beurt was moet de overtreder passen bij zijn eerstvolgende beurt.

2.  als het de beurt was aan zijn partner moet de overtreder verder blijven passen, mag zijn partner bieden maar niet doubleren bij zijn eerste beurt (arbitrale score is mogelijk).

3.  als zijn LT aan de beurt was dan wordt het als wijziging van de bieding behandeld art25.

C.        als de pas conventioneel is of een pas op een conventioneel bod van partner: zie art 31.

Een bod voor de beurt (art 31) (dus ander dan een normale pas of doublet):

Als een speler een bod doet voor zijn beurt of een conventionele pas of een pas op de een conventioneel bod van zijn partner en de bieding wordt geannuleerd (zie boven) dan:

A-   als zijn RT aan de beurt was mag die RT bieden en:

  1. 1.als die RT past moet de overtreder zijn reglementair bieding herthalen
  2. 2.als die RT een reglementair bod doet of doubleert dan mag de overtreder elke reglementaire bieding doen en:

-als hij de speelsoort van zijn bod herhaalt moet zijn partner de eerstvolgende keer passen

-als hij de speelsoort van zijn bod niet herhaalt of als het een conventionele pas was of een pas op een conventioneel bod van zijn partner was dan moet zijn partner verder passen en er zijn voorspeelbeperkingen

B-    als zijn partner of zijn LT aan de beurt was en de overtreder heeft voordien nog niet geboden dan moet zijn partner verder passen en zijn er voorspeelbeperkingen.

Voor de beurt doubleren (art 32):

Als het een toelaatbaar doublet is kan het door de LT geaccepteerd worden (een ontoelaatbare bieding mag nooit geaccepteerd worden).

Als de bieding niet geaccepteerd wordt, wordt ze geannuleerd (voorspeelbeperkingen kunnen gelden, art 26B), bovendien:

A-   als zijn partner aan de beurt was dan moet zijn partner verder passen

B-    als zijn RT aan de beurt was dan:

1. als die RT past moet hij zijn doublet herhalen en is er geen rechtzetting tenzij het een ontoelaatbaar doublet was (zie art 36)

2. als die RT biedt of doubleert mag de overtreder een reglementaire bieding doen maar moet zijn partner verder passen.

 -Art36: Ontoelaatbaar (re)doublet.

  1. 1.De linker tegenstander doet een bieding na de overtreding:

Het ontoelaatbaar doublet en de bieding daarna worden geannuleerd en de bieding gaat gewoon verder.

  1. 2.De linker tegenstander biedt niet na de overtreding:

Het ontoelaatbaar doublet wordt geannuleerd en moet vervangen worden door een reglementaire bieding. De bieding gaat verder maar zijn partner moet verder passen en er kunnen voorspeelbeperkingen zijn en mogelijk nadeel.

Als het ontoelaatbaar doublet een bieding voor de beurt was gaat de bieding terug naar degene die aan bod was en moet de partner van de overtreder verder passen en er kunnen voorspeelbeperkingen zijn en mogelijk nadeel.

-Art37: Overtreding van de verplichting te passen.

  1. 1.De linker tegenstander doet een bieding na de overtreding:

De bieding van de overtreder blijft maar als de overtreder verplicht was verder te passen, moet hij verder passen en er kunnen géén voorspeelbeperkingen zijn.

2.De linker tegenstander biedt niet na de overtreding:

De bieding van de overtreder wordt geannuleerd en vervangen door een pas en beide partners moeten verder passen en er kunnen voorspeelbeperkingen zijn en mogelijk nadeel.

 -Art50-52:Strafkaarten.

Grote strafkaart:

Laat je per ongeluk slechts één honneur (10 of hoger) zien of toon je bewust een kaart (klein of groot) dan is dat altijd een grote strafkaart die op tafel blijft liggen.

Een grote strafkaart moet worden bijgespeeld zodra dat reglementair mogelijk is: als die kleur wordt voorgespeeld of als de bezitter van de strafkaart in een andere gespeelde kleur niet kan bekennen of als de bezitter aan slag is gekomen. Verder kan als de partner van de grote strafkaart aan slag is de leider gebieden of verbieden de kleur van de strafkaart te spelen. Als dit gebeurt, dan mag de strafkaart weer teruggenomen worden in de hand.

De leider kan geen strafkaart hebben. Mochten er meerdere kaarten voor iedereen zichtbaar zijn dan zijn het allemaal grote strafkaarten en gelden andere regels.

Kleine strafkaart:

Laat je per ongeluk een kleine kaart (lager dan 10) zien dan is dat een kleine strafkaart die op tafel blijft liggen. De overtreder mag geen andere kaart kleiner dan een honneur (<10) spelen voor dat hij die strafkaart heeft gespeeld, hij mag dus wel een honneur spelen.

-Art 53-60:Het neerleggen van een kaart door een speler die niet aan de beurt is.

Verschillen bij het neerleggen van een speelkaart en een biedkaart terwijl een speler niet aan de beurt is:

Twee spelers tegelijkertijd. Zowel bij de bied kaart (artikel 33) als bij de speelkaart
(artikel 58A) geldt dat de correcte kaart als eerst gespeelde geldt.

De linker tegenstander kan een foutief gespeelde kaart accepteren. Dit geldt zowel
voor de biedkaart (artikel 29A) als voor de speelkaart (artikel 53A).

De linker tegenstander kan een foutief gespeelde kaart ook de facto accepteren door
zelf een kaart neer te leggen. Dit geldt zowel voor de biedkaart (artikel 29A) als voor
de speelkaart (artikeI60A1).

De rechter tegenstander kan alleen een speelkaart accepteren door het mondeling
mee te delen (artikel 53A). Bij biedkaarten is er geen vergelijkbare regeling.

De situatie dat na een verkeerde gespeelde kaart er weer iemand een kaart verkeerd
speelt, is alleen bij het spelen geregeld (artikel 53B).

De situatie dat iemand meerdere kaarten tegelijk neerlegt is alleen bij het spelen
geregeld (artikel 58B). Bij het bieden gebeurt dat tenslotte vaak. Iemand legt een
stapeltje biedkaarten neer en de bovenste telt als het gedane bod.

Degene die aan de beurt was kan, als hij tegenspeler is, zijn eigen kaart neerleggen
en dan gaat de onreglementaire kaart zonder verdere rechtzetting terug. Dit geldt
zowel voor de biedkaart (artikel 28B) als voor de speelkaart (artikel 53C).

Zowel bij de bied kaart als bij de speelkaart komt de situatie voor dat de
wedstrijdleider moet kiezen of de linker tegenstander geaccepteerd heeft (artikel29A
of artikel 53A), of zijn eigen biedkaart (artikel 28B) of speelkaart (artikel 53C)
neerlegt.

 -Art 54: Uitkomst voor de beurt.

Uitkomst voor de beurt (art 54).

Een uitkomst voor de beurt kan door de leider aanvaard worden of niet aanvaard worden.

De leider aanvaardt de uitkomst.

-        Ofwel wordt de leider dummy en blijft de kaart liggen

-        Ofwel blijft hij leider, blijft de kaart liggen en wordt de 2e kaart ofwel uit de hand van de leider gespeeld ofwel uit de dummy.

De leider aanvaardt de uitkomst niet.

De voorgespeelde kaart wordt een grote strafkaart die blijft liggen en de leider heeft 3 mogelijkheden:

-        Ofwel verplicht de leider dat er uitgekomen wordt in de kleur van de strafkaart en dan wordt die strafkaart weggenomen.

-        Ofwel verbiedt de leider een uitkomst in die kleur zolang degene die uitkomt aan slag blijft en dan wordt die strafkaart weggenomen.

-        Ofwel mag degene die moet uitkomen zelf de uitkomst kiezen en dan blijft die kaart liggen als een grote strafkaart (zie strafkaarten).

Als evenwel de foutieve uitkomst het gevolg is van het verkeerdelijk zeggen door de andere partij dat in die hand moet uitgekomen worden, dan volgt er géén rechtzetting en mag de kaart gewoon teruggenomen worden. Dergelijke uitkomst kan niet als aanvaarde uitkomst worden aanzien.

 -Art61-64: Verzaking.

Als de overtredende partij nog geen kaart gespeeld heeft in de volgende slag is de verzaking niet voldongen.
Indien hij de leider is mag hij de ten onrechte gespeelde kaart terugnemen en vervangen door een kaart van de juiste kleur.
Ook een tegenspeler mag een ten onrechte gespeelde kaart vervangen, in zijn geval evenwel wordt deze kaart een grote strafkaart.

Als de overtredende partij wel een kaart gespeeld heeft in de volgende slag is de verzaking voldongen.
De overtredende partij krijgt één strafslag voor het verzaken als de overtreder die slag gemaakt heeft en een tweede strafslag indien zijn partij nog een slag gemaakt heeft na de verzaking.

Als hij die slag waarin verzaakt is niet gemaakt heeft krijgt hij één strafslag voor het verzaken als zijn partij nadien nog een slag gemaakt heeft.

 -Art68-71: Claimen en slagen afstaan.

Claimen:

Elke verklaring van een speler dat hij een bepaald aantal slagen zal maken geldt als claimen. Dit impliceert tevens het afstaan van niet geclaimde slagen.

Het claimen moet onmiddellijk vergezeld zijn van een duidelijke toelichting over de volgorde en de speelwijze waarin de kaarten gespeeld worden.

Bij het claimen wordt het spel gestopt en mag er niet verder gespeeld worden.

Bij elke betwisting wordt de wedstrijdleider ontboden.

Slagen afstaan:

Elke verklaring van een speler dat hij een bepaald aantal slagen zal verliezen geldt als het afstaan van die slagen. Het spel wordt gestopt. Indien zijn partner hiertegen onmiddellijk bezwaar maakt zijn er geen slagen afgestaan en de wedstrijdleider wordt ontboden. Hierna kan eventueel nog door de wedstrijdleider beslist worden het spel te laten verder gaan.

Instemming:

Het claimen of afstaan van slagen door een speler wordt definitief als hiertegen geen bezwaar aangetekend wordt door een tegenstander vóór dat zijn partij in het volgende spel geboden heeft of de ronde ten einde is indien dat eerder is.

Niet instemming:

De wedstrijdleider moet onmiddellijk ontboden worden.

Correctie:

Er kan nog teruggekomen worden op het instemmen met de claim of het afstaan van een slag binnen een tijdsperiode voorzien in het reglement (tot 30’ na het einde) maar hiervoor en voor alle andere betwistingen moet de wedstrijdleider ontboden worden die hierover kan beslissen.

 

Alerteren

alertprocedure2010.pdf

ALERTEREN

1. PRE_ALERT BIJ HET BEGIN VAN HET SPEL.

Pre-Alert: de tegenstanders inlichten over de voornaamste facetten van bied- en speelconventies. Men dient mondeling het basissysteem te vermelden en de voornaamste afwijkingen hierop. Daarenboven (en zeer belangrijk) moet vermeld worden welke de afspraken zijn i.v.m. het uitkomen en signaleren als ook daar afwijkingen zijn.

 2. ALERT

Van een natuurlijk basisbiedsysteem mag geen enkel onderdeel gealerteerd worden.

Volgende elementen mogen niet gealerteerd worden, ook niet als ze afwijken van het basissysteem:

Opening 1♣: niet alerteren als de opening niet forcing is, om het even hoeveel kaarten beloofd worden in de openingskleur klaveren.

Openingen 2 in kleur: als de opening voldoet aan één van volgende twee voorwaarden mag ze niet gealerteerd worden, ook al wijkt de betekenis af van een basissysteem:

1. ofwel is de opening altijd sterk in de zin van een Acol-sterke-2 opening;

2. ofwel is de opening natuurlijk, m.a.w. de opening is zwak of sterk, en belooft slechts één enkele kleur.

Boven 3ZT: geen enkele bieding hoger dan 3ZT mag gealerteerd worden.

Dubbel en Herdubbel: geen enkele dubbel en herdubbel mag gealerteerd worden.

Speelconventies: uitkomen, voorspelen en signaleren mogen nooit gealerteerd worden.

 

1.      De Openingen

                                              Niet Alerteren!

Wel Alerteren!

1 in kleur

minstens normale openingskracht

langste kleur eerst

met 4-kaarten: laagste eerst

met 5-5(+): hoogste eerst

-opening kan met minder dan normale openingskracht.

-niet de langste kleur eerst

niet de laagste vierkaart eerst

-als er bijkomende betekenissen zijn

die niet tot het basissysteem Acol of

Majeure van 5 behoren.

1♣

de opening is niet forcing, m.a.w. de partner mag hierop passen, om het even welke verdeling hij heeft.

-als de opening forcing is (partner mag niet passen op de opening)

1♦

minstens een 4-kaart

-als de kleur korter dan een 4-kaart kan zijn

1♥/1♠

in Acol: minstens 4-kaart

in Maj.5: minstens 5-kaart

-als de kleur korter kan zijn

1ZT

15-17 HP, 4-3-3-3 of 4-4-3-2 of 5–3-3-2

(incl. 5-kaart majeure)

-als de opening 1ZT buiten de vork15-17 HP is of kan zijn

-Als de opening 1ZT in Acol geen 5-kaart hoge kleur mag bevatten

-als de opening met een

onregelmatiger hand kan gebeuren

-als er bijkomende voorwaarden

afgesproken zijn

2 in kleur

ofwel belooft de opening een “Sterke Acol 2-opening”, dit is een hand die ofwel zeer sterk (23+ HP) is en een regelmatige verdeling ofwel sterk (15+ HP) is met 8+ speelslagen en een onregelmatige verdeling.

ofwel beloof de opening slechts één enkele kleur (5+) in de geopende kleur en ze kan sterk of zwak zijn. -

-elke andere betekenis of bijkomende betekenis.

Bijvoorbeeld als een opening meerdere varianten kan hebben waaronder zwakke varianten, of als er meer dan één kleur beloofd wordt, of als de lange kleur onbekend is in een hand die niet voldoet aan de omschrijving van een Sterke Acol 2-opening.

2ZT

minstens 20, hoogstens 22 punten, 4-3-3-3 of 4-4-3-2 of 5-3-3-2 of 5-4-2-2 (incl. 5-kaart majeure)

-als de opening buiten de vork

20-22 HP is of kan zijn.

als een onregelmatiger hand mogelijk kan zijn.

-als er bijkomende voorwaarden afgesproken zijn

3 in kleur

minder dan openingskracht

sterke 7-kaart of langer in de openingskleur

regel van 2 en 3

-alle andere betekenissen van de opening, ook als ze met minder dan een 7-kaart kan gebeuren of als ze niet moet voldoen aan de regel van 2 en 3

3ZT

3ZT Gambling: lange gesloten mineur, preëmptief

Alle andere betekenissen.

 

2.   De Antwoorden

NA

Niet Alerteren!

Wel Alerteren!

1 in kleur

nieuwe kleur = forcing, minstens een 4-kaart,

langste kleur eerst op niveau 1,

met 4-kaarten goedkoopste eerst

minstens 6 HP op niveau 1

minstens 10 HP op niveau 2

nieuwe kleur met enkele sprong: mancheforcing

1ZT = 6-9 HP, geen 4-kaart hoger dan opening

2ZT = 10-11 HP, 3ZT = 12+HP, regelmatig, geen

vierkaart hoger dan de opening

steun 2 = 6-9 HDP

steun 3 = 10-11 HDP

steun 4 = 12+HDP

(nota: HDP = som van honneur- en distributiepunten

alles wat afwijkt van het vak “niet alerteren”, zoals:

-andere sterkte in punten

als 4-kaarten in opgaande volgorde kunnen overgeslagen worden

-alle wijzigingen na een tussenbieding, zoals na een tussenkomende dubbel.

1ZT

2♣ = Stayman, minstens 8HP met minstens één

4-kaart majeure

2♣ met mogelijk minder dan 8HP en/of mogelijk zonder 4-kaart majeure.

 

1ZT

2♦ = 5+kaart harten 0+HP

2♥ = 5+kaart schoppen 0+HP

elke andere betekenis, ook als ze natuurlijk is.

 

1ZT

2ZT = regelmatig, 8-9 HP

3ZT = regelmatig, 10+HP

elke andere betekenis

 

1ZT

3 in kleur: 5+kaart, forcing

elke andere betekenis, bv. niet-forcing

 

1ZT

na een tussenbieding (volgbod of dubbel) moet elk natuurlijk bod NIET gealerteerd worden.

-na een tussenbieding (volgbod of dubbel) moet elke conventie (Stayman, Transfer..) WEL gealerteerd worden.

 

2ZT

identieke principes als na de opening 1ZT, alles een niveau hoger.

Niemeijer of Puppet Stayman, met alle antwoorden.

 

2♣

2♦ = betekenisloze relais met elke mogelijke verdeling

elke andere betekenis

 

2 in kleur

nieuwe kleur= natuurlijk en forcing

elke andere betekenis

 

3 in kleur

nieuwe kleur= natuurlijk en forcing

elke andere betekenis

 

 

3.   Verder Bieden    

NA

Niet Alerteren!

Wel Alerteren!

1 in kleur

nieuwe kleur bij opener of antwoorder =

minstens een 4-kaart, goedkoopste eerst

herbieding ZT van opener = regelmatig en

- laag = 12-14 HP - hoog = 18-19 HP

herbieding 2ZT met sprong kan een ongeboden

4-kaart majeure bevatten.

reverse bij opener = 17+ HP, 5-4 verdeling

alles wat afwijkt van “niet alerteren”, zoals:

-een bod in een kleur met minder dan 4 kaarten met uitzondering van de “4e Kleur conventie”.

-elke ander conventionele biedingen tot 3ZT.

1ZT-2♣

2♦ = geen 4- of 5-kaart majeure

2♥ = 4- of 5-kaart ♥ of 4/4 majeure

2♠ = 4- of 5-kaart ♠

elke andere betekenis, ook als ze natuurlijk is.

1ZT-2♦

2♥ = verplicht bod

elke conventionele herbieding

1ZT- 2♥

2♠ = verplicht bod

elke conventionele herbieding

2ZT

identieke principes als na de opening 1ZT, alles een niveau hoger

 

4.     Tussenbieden 

 

Niet Alerteren!

Wel Alerteren!

zonder sprong

niveau 1:minstens een 4-kaart, 7-15 HP

niveau 2: : minstens een 5-kaart, 10-15 HP,

regel van 2 en 3

-tussenbiedingen met heel zwakke handen

-als er bijkomende betekenissen zijn zoals de aanwezigheid van een andere kleur.

-elk conventioneel tussenbod

enkele sprong

13-15 HP, minstens een goede 6-kaart.

-elke andere betekenis, of als er bijkomende betekenissen zijn, zoals de aanwezigheid van een andere kleur.

dubbele sprong

preëmptief, goede 7+kaart, regel van 2 en 3

-elke andere betekenis, of als er bijkomende betekenissen zijn, zoals de aanwezigheid van een andere kleur.

1ZT

idem als opening 1ZT, maar met stop in de kleur

van de tegenstanders.

verder bieden: identieke principes als na de opening 1ZT.

-elke andere betekenis, ook in heropening.

Cue

bod in een kleur door de tegenstanders geboden: niet alerteren als het een sterke hand belooft .

wel alerteren als het een bepaalde verdeling belooft, zoals bv een 2-kleurenspel.

5. Mogen nooit gealerteerd worden:

                                               een dubbel of herdubbel

                                               een bieding hoger dan 3ZT

                                               uitkomsten en signalen tijdens het spelen


Stopkaart

Gebruik van de "stopkaart" ofwel de "stopregel"

Waarvoor dient de stopregel:
 
Stel je voor, je hebt een aardige veertienpunter. Uw rechtertegenstander opent echter de bieding met 2S, zwak. Wat nu? U wikt en u weegt, en komt tot de conclusie dat bieden te gevaarlijk is, en past uiteindelijk.
Op een volgende spel opent uw rechtertegenstander weer 2S, zwak, alleen heeft u nu een nietszeggende tienpunter. Wat doet u? Passen natuurlijk, zonder twijfel. Ziet u het verschil?
 
Uw partner ziet u op het eerste spel nadenken en ten slotte passen, en op het tweede spel vlot passen. Zo wordt het wel heel gemakkelijk voor partner om te bepalen of hij nog wat moet doen.
 
U zult begrijpen dat dat niet de bedoeling is. 
 
Dat probleem lossen we op met de stopregel. 
 
Het werkt als volgt: indien iemand een sprongbod doet (dus ook bij een tweeopening, ongeacht of het sterk of zwak is) leg je eerst het stopkaartje neer en doet dan de voorgenomen bieding. De linkertegenstander MOET dan pakweg tien seconden nadenken, of ten minste doen alsof, alvorens zijn bieding te doen. In het geval hierboven zult u op het eerste spel de de tijd gebruiken om te beslissen of u iets moet doen, en in het tweede geval telt u gewoon de tien seconden af. Het verschil is dat partner nu niet aan u kan zien of u wat heeft of niet. 
 
Na 10 seconden neemt u de stopkaart weg en kan de volgende speler bieden zonder ook maar enige informatie aan partner te geven.
 

Een waarschuwing: als u niets te denken heeft, moet u natuurlijk niet zichtbaar tien seconden zitten aftellen. De bedoeling is dat u dan doet alsof u een heel groot probleem heeft, zodat partner niet kan zien of u echt een probleem heeft. 

Tweede waarschuwing: neem die denkpauze ook in onschuldig uitziende biedverlopen als 1SA-3SA. Het is wel eens voorgekomen dat de speler na de 3SA nadacht, waarop partner de downstart vond. De moraal: de stopregel werkt alleen als je die tien seconden denkpauze bij iedere stop neemt, hoe onschuldig ook.

 

Reglement Liga 3

Biedsystemen Liga 3.pdf