Voorkomendheid aan de bridgetafel

 Bridge is een bijzonder prettig spel. Hoffelijk gedrag vormt een essentieel element in dat genoegen. Hoewel de meeste spelers zich behoorlijk gedragen aan tafel gebeurt het wel eens dat een speler, om welke reden ook, duidelijk een afwijkend gedrag vertoont. Soms wordt daarbij de grens van het fatsoenlijke ruim overschreden.

 In Noord-Amerika is men eind vorige eeuw gestart met een “Code of Active Ethics”. Maar ook in Europa is men niet stil blijven zitten. Sommige federaties en clubs hebben er een “friendly guide tot the BB@B code” opgemaakt en ingevoerd. Waarbij BB@B in feite staat voor behoorlijk gedrag in bridge (“Best Behaviour at Bridge”).

 Zowel de “Code of Active Ethics” als de leidraad ”BB@B” handelen in feite over zaken die je beter vermijdt of best net doet in bridge. In feite vormen ze gedeeltelijk een uitbreiding van hetgeen daarover in het kort in de “internationale regels voor wedstrijdbridge 2007” is opgenomen (onder meer de artikels 74 en 91).

Vandaar dat het nuttig is volgende zaken onder de aandacht te brengen.

Meerdere leden van het bridgebestuur werden in een recent verleden aangesproken over toch wel erg onwelvoeglijk gedrag van spelers, ten opzichte van de eigen partner of ten opzichte van tegenspelers. Dit is te interpreteren in de ruime betekenis en is niet alleen verbaal gedrag maar slaat ook op de manier van spelen en het algemeen gedrag aan tafel.

Dit is dermate indringend en ontoelaatbaar - des te meer voor een club die reeds meerdere jaren onverdroten ijvert voor het promoten van het bridgespel, het inrichten van initiatiecursussen en het verder begeleiden van beginnende bridgers - dat dit in het bestuur van de afdeling bridge op tafel is gekomen.

 Het bestuur heeft ter zake volgende beslissing genomen:

 1. Een speler zal zich ten allen tijde beleefd gedragen zowel tegenover zijn partner als tegenover zijn tegenstrevers. Hij zal op een correcte manier en volgens de algemeen geldende regels spelen en zich strikt onthouden van opmerkingen of daden (zoals o.a. te luid spreken, al dan niet opzettelijk vertragen van het spel, enz.) die irritatie, last, verwarring, verlegenheid,… kunnen veroorzaken bij een andere speler of eigen partner, en van opmerkingen of acties die het genot van een andere beoefenaar van het spel kunnen belemmeren. Idem tegenover de wedstrijdleider of toernooiorganisator.

2 .Een speler wiens gedrag strijdig is met 1. hiervoor stelt zich bloot aan een disciplinaire straf.

3 .Een speler die van oordeel is het slachtoffer - of getuige - te zijn van een dergelijk gedrag zal de wedstrijdleider, of bij afwezigheid de toernooiorganisator, ontbieden.

4.De wedstrijdleider, of bij afwezigheid de toernooiorganisator, is ertoe gemachtigd een disciplinaire straf uit te spreken.

Bij een eerste* overtreding wordt het paar tot dewelke de in overtreding zijnde speler behoort bestraft met 1 % (absoluut cijfer) af te trekken van het percentage behaald in die zitting (dus stel dat het paar normaal 51,5% behaalde dan wordt het geplaatst op 50,5%), met verlies van het recht op een prijs in die zitting.

Bij een tweede* overtreding (binnen een termijn van 1 maand) wordt de sanctie verdubbeld. De wedstrijdleider of toernooileider zal de feiten rapporteren aan het bridgebestuur.

*Echter, wanneer de overtreding dermate zwaar is dat de strafmaat niet in verhouding staat tot de feiten, kan de wedstrijdleider, of bij afwezigheid de toernooileider, tot een zwaardere straf beslissen, evenwel beperkt tot de uitsluiting voor die zitting. In geval een speler uitgesloten wordt is de wedstrijdleider, of toernooiorganisator, ertoe gehouden dit onverwijld te rapporteren aan het bridgebestuur, die eventueel tot een zwaardere straf kan beslissen, zoals o.a. een langere uitsluiting.

Voor het beoordelen van dergelijke vergrijpen verkrijgt de toernooiorganisator, bij afwezigheid van een wedstrijdleider, dezelfde bevoegdheden als deze waarover de wedstrijdleider krachtens art. 91.A van de “internationale regels voor wedstrijdbridge” over beschikt.

Aanvullende gegevens